Het landelijk gedoneerde voedsel wordt verdeeld naar verhouding van het aantal huishoudens (klanten) dat men in de regios heeft. Lokale donaties verschillen per voedselbank: een voedselbank op het platteland zal gemakkelijker aan bijvoorbeeld aardappels komen dan een voedselbank in de stad. Daarnaast zijn er gebieden waar bepaald voedsel veel aanwezig is: bijvoorbeeld kool in Noord-Holland en uien in Zeeland.