Weg met de schulden

logo_1_2_3_4_5_6_7_8_9_10_11_12_13_14_15

“Ik leen vanaf mijn 16e. Voor feestjes, een scooter je kent het wel. Allemaal zaken waar je op die leeftijd mee bezig bent. En later plunderde ik mijn eigen creditcard om achterstanden te voorkomen. Ik wil daar nu vanaf.” De 34 jarige M. uit Zwolle, om persoonlijke redenen blijft hij graag anoniem, komt sinds drie maanden bij de voedselbank. “Zonder voedselbank had ik het niet gered. Het is spijtig dat het in ons land bestaat, maar ik ben hen eeuwig dankbaar.”

“Lange tijd werkte ik als uitzendkracht. Het bedrijf zat al ‘vol’ met tijdelijke contracten. Doorstromen naar een ander contract lukte daarom niet. Samen met een paar andere collega’s kreeg ik dit bericht in december. Twee weken later zat ik thuis. Net met Kerst en Oud en Nieuw. Dat was klote, je werkt toch hard. Ik voelde me machteloos en had het gevoel dat men geen begrip had voor mijn situatie. En ondertussen liepen de rekeningen door – en stapelden zich op.”

Schuldsanering
M. startte in 2015 met wat tijdelijk schoonmaakwerk. Deze inkomsten worden gekort op zijn Werkloosheidswet (WW) waardoor hij er snel weer mee stopt. “Ik had zo’n 1000 euro per maand te besteden. Dat is dus de WW en toeslagen samen. Mijn vaste lasten alleen al zijn meer.” Hij klopt aan bij De Kern maatschappelijke dienstverlening in Zwolle. “Ik heb aangegeven naar de schuldhulpverlening te willen. Na mijn aanmelding duurde het 6 tot 8 weken voordat ik antwoord kreeg.” Inmiddels heeft hij het eerste gesprek met de schuldsanering achter de rug. Een tweede gesprek staat gepland. “Ze hadden het over een bewindvoerder. Dat kost me 100 euro in de maand. Die kosten steek ik liever in mijn aflossing. Bovendien, je hoort zoveel verhalen over slechte bewindvoerders. Het lijkt me niets als ik er één aangewezen krijg. Dan doe ik het liever zelf.”

Witlof
Via dezelfde instantie komt M. bij de voedselbank terecht. Hij heeft op dat moment 25 euro per maand te besteden. “Ik ben erg dankbaar dat ik er gebruik van mag maken.” Op 27 maart ontvangt hij zijn eerste pakket. De pakketten zijn voor hem net wat te weinig. “Het zijn geen complete maaltijden, je moet zelf altijd nog wel naar de supermarkt. Ook zit er veel witlof in, dat eet ik niet. Maar het helpt natuurlijk wel enorm.”

Schrik
De eerste keer bij de voedselbank herinnert M. zich nog goed. Hij staat op en beeldt uit. “Ik kwam zo binnen lopen, met mijn hoofd naar beneden. Ik schaamde me kapot.” Die schaamte heeft hij ook richting zijn omgeving. “Ik heb het maar een paar vrienden verteld. Zij schrokken, kenden mijn problemen niet. Ze hadden uiteindelijk wel begrip.” Inmiddels is de grootste schaamte voorbij en heeft hij goede contacten bij de bank. “Ik mag zelfs een uurtje eerder komen om mijn pakket op te halen vanwege mijn nieuwe baan. Sinds april werkt hij bij Wärtsilä  in Kampen. Hij kan daar in ieder geval 1,5 jaar blijven. “Het verdient niet heel goed. Als er iets voorbij komt waar ik meer mee verdien, stap ik over.”

Respect
M. zit nog niet goed in zijn vel. “Gisteren was ik nog aan het flippen, toen belde er een incassobureau.” Toch is hij vastberaden om zijn zaken nu goed te regelen en een einde te maken aan zijn schulden. “Ik wil toch straks ook iets kunnen gaan opbouwen, met een meisje enzo.” Aankomende drie jaar zal hij waarschijnlijk nog bij de voedselbank te vinden zijn. “Ik krijg daar respect. Dat is heel mooi, dat heb ik ook al laten blijken. Ik wil ook heel graag wat terugdoen, dit interview is daar deel van. En ik heb al gezegd: als ik uit de sanering ben en niet meer naar de voedselbank hoef, dan ga ik daar als vrijwilliger aan de slag.”

Lydia Paauw, juni 2015