Voedselbank als katalysator voor missie

logo_1_2_3_4_5_6_7_8_9_10_11_12_13_14_15

“Als je alles kwijt bent, leer je wat vrij zijn is.” Erna Smeekens uit Breda  – energiek, positief en gepassioneerd – blikt terug in de tijd. “Afgelopen jaren ben ik steeds meer maatschappelijke betrokkenheid gaan zien. Mensen helpen elkaar. Durven anders te denken én te doen. Zo benutten we de kwaliteiten van de meest kwetsbaren in onze samenleving.”

Het is 2006. Erna breekt met haar man. Samen met hem heeft ze een eigen bedrijf. Ze  belandt in een vechtscheiding. “Het werd een opeenstapeling van tegenvallers. Ik kreeg geen alimentatie, werd aansprakelijk gesteld voor teveel ontvangen huur- en zorgtoeslag en had van de één op de andere dag geen baan meer.”

Werk en opvoeden
Erna verlaat samen met haar vier zonen het huis. Via de woningbouwvereniging vindt zij nieuw onderdak. “Gelukkig stond ik daar al geruime tijd ingeschreven.” Van vrienden leent zij 4000 euro voor de inrichting van haar nieuwe thuis. Binnen een maand vindt Erna een baan in Roosendaal als onderwijzeres. De reisafstand in combinatie met de zorg voor haar jongens – twee van hen hebben ADHD – breken haar op. Zij zoekt werk dichterbij huis en start op een een zorgboerderij in Breda. Daar combineert Erna haar achtergrond in de tuinbouw en het onderwijs en begint zij met een opleiding Neurolinguïstisch Programmeren (NLP). Haar zonen blijven onverminderd aandacht vragen. Zowel de intensieve opvoeding, als haar drukke baan putten Erna uit. “Na twee jaar knalde er iets.” Ze bezoekt haar huisarts en komt met een burn-out thuis te zitten. Tevergeefs probeert ze binnen zes weken op te krabbelen. Het is inmiddels juli 2008 en Erna staat met lege handen: geen inkomsten en geen uitkering. “De zorgboerderij draaide op PGB-gelden. Ik bouwde met mijn dienstverband geen sociale zekerheden op.” Haar schuld bij vrienden staat nog open.

Sinterklaas
Erna belandt in de bijstand. Met z’n vijven hebben ze zo’n 40 euro in de week te besteden. Het speelveld verandert: “er was direct grote ongelijkheid. Ik werd aangesproken als een kleuter. Bijna een randdebiel. Het meest verschrikkelijke in die tijd was het verdriet waarmee je kampte. Ik kon mijn kinderen niet geven wat ze nodig hadden.

Verlamming
Bovendien: dit was niet het voorbeeld wat ik wilde bieden.” Toch blijft Erna positief: “Als je op de bodem bent aangekomen, kan je alleen nog maar omhoog.” Na vier maanden is het eten op. Een maatschappelijk werkster attendeert Erna op de voedselbank. De pakketten waren voor haar en haar ‘kliko’s, zoals ze haar jongens liefkozend noemt, een feest. “We hadden opeens eten – en veel ook. Van al het sjouwen heb ik een blessure op mijn duim overgehouden. Elke dag hadden we een Sinterklaas gevoel: voor ons zaten er zoveel nieuwe producten in. Ik streef namelijk een biologisch dynamische leefwijze na. Blikken en pakjes komen daar dan natuurlijk niet in voor.”

Erna spreekt openlijk over haar periode bij de voedselbank. “Ik heb er nooit een geheim van gemaakt. Veel mensen schamen zich. Als je eenmaal bij de voedselbank zit, dan moet er wel echt wat mis zijn met jou. Kamp je op z’n minst met een verslaving. Althans, dat is de veronderstelling.” Volgens Erna duwt zo’n situatie je makkelijk de verkeerde richting in. “Mijn jongens balanceerden op de rand van criminaliteit. Toen hun fiets kapot was, zijn zij een nieuwe op het station gaan halen. Een andere mogelijkheid was er gewoonweg niet.” Erna maakt 2,5 jaar gebruik van de voedselbank. In die tijd ziet ze het aantal klanten in Breda van 180 naar ruim 350 oplopen. Ze komt in aanraking met een scala van mensen. “Men denkt al snel dat alleen de op de bank hangende, drinkende en rokende hooligans daar komen. Maar ik zag van alles. Ook werkende armen. Dat zette mij aan het denken. Wat gebeurde er allemaal in ons land?  Met je uitkering kan je overleven. Tegelijkertijd moet je moet wel behoorlijk bij de pinken zijn om alles te krijgen waar je recht op hebt. En als je vervolgens een uitkering hebt, werkt de angst om gekort te worden verlammend.”

Tientjes
Erna besluit om samen met een vriendin in actie te komen. Ze wil alleenstaande bijstandsvrouwen die bij de voedselbank komen uitdagen. Hen prikkelen om hun talenten te benutten en daar zo mogelijk geld mee te verdienen. Zo ontstaat Stichting Tientjes. Deze organisatie initieert wandelingen, een repair-cafe, handwerk workshops en bingo bijeenkomsten. Door haar burn-out mag Erna nog niet volledig werken. Ze krijgt een buitenkans van haar klantmanager bij de sociale dienst: “in maart 2010 mochten wij van hem een jaar lang Tientjes in de wereld zetten – met behoud van uitkering.” De doelgroep verbreedt zich snel: “de groep aan de ‘verkeerde kant van de streep’ werd steeds groter. Mede door de crisis”. Tientjes verspreidt zich ook in de rest van het land. Met Erna als bezielende spokeswomen. Zij brengt haar NLP kennis en ervaring mee naar Stichting Tientjes en start met het geven van communicatie-trainingen. “NLP heeft me tools gegeven voor een goede communicatie. Dat wilde ik delen met mensen.” In 2011 richt ze daarin haar eigen bedrijf op, De Tientjesacademie V.o.F., die nauw samenwerkt met stichting Tientjes. In dat jaar stapt Erna uit de bijstand én de voedselbank.

Experimenteren
Toch kleeft anno 2015 in Breda nog steeds het stigma ‘bijstandsmoeder aan onderkant van de samenleving’ aan haar. “Voorlopig blijf ik me vanuit die positie ook nog sterk maken. Ik wil dat wij in Nederland de kwetsbare onderkant van de samenleving gaan benutten.” In dat kader zet zij haar trainingen aankomende twee jaar op een iets lager pitje. Ze richt zich op een nieuw project: het coöperatief scharrelondernemen. Mensen met een uitkering krijgen de ruimte om een deel van hun uitkering zelf te verdienen met parttime ondernemerschap. “Normaal gesproken vervalt je uitkering met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Dat gaat nu niet op. Ook maken we geen afspraken over de uitstroom termijn.” Na een geslaagde pilot in Breda twee jaar geleden, start Erna samen met Cordaid met een landelijke uitrol. Het project raakt het principe van een basisinkomen. “Nu is het moment om op dit project in te stappen. Deze constructie maakt dat mensen los durven te gaan. Zo krijg je ze duurzaam van de bank.” Erna zet haar brede netwerk – tot politiek aan toe – in voor dit initiatief.

Volkstuin
De voedselbank is voor Erna katalysator om haar missie in de praktijk te brengen: “doe wat je te doen hebt.” Haar stip op de horizon is drie dagen trainingen geven en  drie dagen werken in haar volkstuin. Voor de voedselbank liet ze haar ‘biologisch dynamische’ principes varen, maar inmiddels eet zij weer steeds vaker biologisch. Bij voorkeur uit haar eigen volkstuin. Eens per jaar brengt zij een mand vol pruimen uit eigen tuin naar de voedselbank Breda.

 

Lydia Paauw, mei 2015