Ik heb altijd gezorgd dat mijn kinderen iets in hun maag hadden

logo_1_2_3_4_5_6_7_8_9_10_11_12_13_14_15

Armoede bestaat en het kan iedereen overkomen, hoorde ik weleens. En het klopt. Ik heb best wat opleiding en een behoorlijke cv, maar ook ik viel even in een diep gat.
Mijn werkgever had mij een jaarlang geen salaris meer betaald en ik kwam daar bovenop zonder werk te zitten. Het werkt ligt hier niet voor het oprapen en ik wilde altijd al voor mijzelf beginnen, maar dat viel niet mee. Ik startte midden in de economische crisis. Nou ben ik een harde werker, leergierig en niet snel voor een gat te vangen, maar ik heb dagen gehad dat ik in paniek door mijn huis liep, alsof ik ergens in een hoekje een oplossing vinden zou.

Honger bestaat ook in Nederland. Ik heb altijd gezorgd dat mijn kinderen iets in hun maag hadden, maar ikzelf verdoezelde voor iedereen dat ik vaak met honger de dag in- en uitging. ’s Morgens nam ik een boterham met een laagje boter. ’s Avonds schepte ik voor mijn kinderen eten op en nam ik zelf een hapje. Ze waren nog redelijk klein, dus hadden het vaak niet in de gaten. Wat zij lieten liggen, schepte ik op mijn bord. Soms sloeg ik het avondeten over onder het mom ‘dat ik niet lekker was.’ Af en toe stopte familie wat geld toe of zetten een tas boodschappen om de hoek. Dan kon ik even ademhalen. En eten.

Via maatschappelijk werk kwam ik bij de voedselbank terecht. Ik had er nog nooit van gehoord en was zo opgelucht! Met nog geen 500 euro inkomen per maand stond het water me aan de lippen. Ik moest er namelijk alles van doen! Ik had alleen mijn bedrijf, kreeg geen recht op een uitkering door mijn eigen woning, geen alimentatie, geen voorschot van de belastingdienst. Ik vond het afgrijselijk dat ik mijn kinderen voortdurend ‘nee’ moest verkopen, ook wat eten en drinken betreft. Mijn brievenbus opende ik pas als hij uitpuilde. Hij was toch enkel gevuld met rekeningen en aanmaningen. Niet slim natuurlijk, maar zo kon ik mij beter focussen op de opbouw van mijn onderneming. Dat ik mijn gezin niet onderhouden kon, was voor mij onverteerbaar. Dat moest snel veranderen!

Het wekelijkse voedselpakket gaf ons genoeg voor iets meer dan een halve week eten en drinken. Ik rekte het eten echter zover mogelijk uit over de rest van de week. Daar werd ik heel handig in. Mijn kinderen zijn nooit zonder eten naar school gegaan. Ikzelf nam genoegen met twee maaltijden op een dag. Ik had gelukkig geen honger meer. Mij werd nog weleens wat extra gegeven als ik mijn voedselpakket kwam halen. Zij kenden mijn situatie en wisten hoe hard ik werkte om eruit te komen. Ik kan gelukkig erg goed met geld omgaan en ben creatief. Ik ben nog steeds bezig mijn schulden af te lossen, maar het gaat verder redelijk goed.

De voedselbank is geen luxebank. Het eten is uitgebalanceerd en geeft een basis. Komt er een verjaardag aan of is Sinterklaas in aantocht, dan wordt er uitgepakt, maar een vetpot, zoals vaak wordt gesteld door de buitenwereld, is het niet.

De vrijwilligers zijn behulpzaam, vriendelijk, denken mee en stoppen je af en toe wat extra’s toe als ze het missen kunnen.

Dat jaar is voor mij en mijn kinderen een leerschool geweest. Wij knijpen onze handen nu dicht met wat we hebben. Het gaat goed met mijn bedrijf en ik doe nu zelf als vrijwilliger wat terug voor de Voedselbanken Nederland, maar wij kennen de waarde van de dingen nu. Zo wordt er nog steeds erg weinig eten weggegooid in ons huishouden.

Ik heb mijn schouders onder mijn bedrijf gezet en binnen een jaar verdiende ik genoeg om mij en mijn gezin zelf te onderhouden. Vorig jaar vroeg ik mijn kinderen of ze ooit het gevoel hebben gehad dat we arm waren. Het antwoord was volmondig ‘nee.’
‘Mam, armoede zit niet alleen in geld. Eigenlijk zit het meer in andere dingen. Wij hadden weinig geld, maar we hadden het wel gezellig.’ Dat ik het zonder de voedselbank absoluut niet gered had en momenteel de laatste schulden aan het aflossen ben, beseffen ze gelukkig nauwelijks, maar zo’n antwoord is goud waard!

Esther van Vondel