Het verhaal van een ondernemer en zijn familie

“We hebben net voor de laatste keer een jaar verlenging gekregen bij de voedselbank. Onze financiële situatie is echter ongewijzigd. De stress van niet kunnen betalen is het hoogst. Je overleeft wel, maar er mag niets sneuvelen.”
In Zwolle vertelt een echtpaar (42 en 41) met twee zonen van 4 en 7 jaar oud over de ingrijpende consequenties van een faillissement.

In 1999 start de man des huizes een eigen bedrijf. Zijn vrouw helpt hem in de zaak. De winkel groeit snel en is innovatief. In 2012 gaat hun zaak failliet. Machtsvertoon en slepende rechtszaken gaan hieraan vooraf. “Samengevat werd ik de dupe van spelregels die tussentijds werden gewijzigd. Zo werden er bij mij geen goederen meer geleverd door twee markt bepalende leveranciers.” Een jarenlang gevecht volgt. Tot 2011 wint het stel elke rechtszaak. In 2012 komt de nekslag. “Iedereen in de branche werkt sinds jaar en dag met wintercondities, oftewel: uitgestelde betalingen. Dat staat niet zwart op wit. Op mijn uitgestelde betaling werd ik afgerekend. Het hele verleden interesseert op dat moment niemand meer. Een rechter ziet alleen wat je terstond moet betalen – 50.000 euro in mijn geval. Ik was in één keer kapot, mijn personeel stond op straat en wij belandden in de bijstand.”

Onrecht
Het duurt uiteindelijk drie maanden voordat het paar die bijstand daadwerkelijk ontvangt. “Je mag niet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel. Het gaat eigenlijk om een actieve KvK-inschrijving. Faillissement kan je daar niet onder scharen. Toch moesten wij eerst uitgeschreven zijn. Men plukt je – eenmaal failliet – helemaal kaal. Het is echt onvoorstelbaar dat mensen op dat moment nog met facturen uit het (verre) verleden komen. Men maakt gewoon misbruik van de situatie.” Het onrecht dat het stel ervaart is de grootste frustratie.

Groenten
Dagelijks wordt het paar nog geconfronteerd met hun voormalige zaak: “elke dag kijk ik tegen het logo van mijn bedrijf aan. Ik draag namelijk mijn bedrijfskleding. Daar liep ik doordeweeks in – het vormt het merendeel van mijn garderobe.” Geld om nieuwe kleding te kopen is er niet. “Heel frustrerend”, vult zijn vrouw aan. Ze gaan wel bij de kledingbank langs – naar analogie van de voedselbank. “Daar moet je maar net geluk hebben met de juiste maat. Ik ben behoorlijk aangekomen afgelopen drie jaar. Het voedsel in de pakketten in onze regio is niet altijd heel gezond. Er zit vaak snoep en koek in. Vlees is zeldzaam en groenten moet je gelijk eten. Wij zijn heel creatief met voedsel geworden, maar hebben wel al onze principes – zoals biologisch eten – moeten loslaten.” Het stel werkt aan een moestuintje. “We hebben zaadjes gekocht – dat is de beste investering geweest. De groenten die we zelf kweken vriezen we in zodat we het hele jaar door wat in huis hebben.” Ondanks de kritische kanttekening bij de inhoud van de pakketten, wegen de voordelen tot nu toe zwaarder dan de nadelen: “Wij zijn vooral heel blij met wasmiddel, schoonmaakmiddel en voeding uit blik.”

Schoolplein
Het echtpaar komt sinds 2012 bij de voedselbank: “Het duurde bijna 3 uur om alle gegevens in te vullen. Maar dan is het ook wel geregeld. En dan kom je daar: allemaal gebogen hoofden, mensen schamen zich enorm. Zonde, hoe meer mensen ervoor uitkomen, hoe beter.” Zelf ervaren zij gemengde reacties als ze hun omgeving vertellen over de voedselbank. “Sommigen willen het niet weten, anderen zijn verbaasd en een derde groep reageert met ‘oh, jullie hebben het toch nog goed’? En dan moet je de blik van ouders zien als mijn zoon op het schoolplein vraagt: ‘papa mag ik met hem spelen of moet jij naar de voedselbank’?”

Paradox
De zoektocht naar werk is voor hem in volle gang. Voor haar ligt dat anders. De zwangerschappen hebben een grote impact gehad waardoor zij deels arbeidsongeschikt is geraakt.
Bij zijn banenjacht ervaart hij veel belemmeringen. “Ik kan heel veel maar het beroerde is, ik mag niets. Ik ben een rasondernemer maar in de bijstand mag je niet ondernemen. De sociale dienst geeft aan dat bijna al het werk kan en mag, maar de schuldsanering vraagt om een ‘goede’ baan. Ik heb een groot netwerk, maar niemand helpt mij. Bedrijven durven het niet aan. Ze vrezen bemoeienis van onze bewindvoerder.” Afgelopen jaren is er een wereld voor hem open gegaan. “Politiek ben ik van het rechtse naar linkse spectrum geschoven. Mensen moeten hun mond open doen, hoe weten anderen – politici, elite en middenstand – anders wat er speelt? Ik ben een ondernemer, maar heb wel een goede, economische situatie nodig. En een klein beetje meer inkomen. Het is paradoxaal. We hebben het in dit land over de VOC-mentaliteit: ik wil mijn verantwoordelijkheid wel pakken, maar krijg de ruimte niet.”

 

Lydia Paauw, juni 2015